maandag 20 november 2017

Leaf Hound | Growers Of Mushroom

Voor originele exemplaren van Growers Of Mushroom moeten astronomische bedragen neergeteld worden. Logisch als er in 1971 slechts 500 exemplaren geperst zijn. Op de releasedatum is Leaf Hound al een jaar ter ziele en heeft ook niet veel langer dan een jaar bestaan. Wel lang genoeg om in elf studio-uren een absoluut rockmonster te produceren. Het kwartet uit Zuid Londen zijn de ware meesters van de scheurende bluesrock met een psychedelische twist. Zanger Pete French bezit een ijzeren strot en zijn neef Mick Halls hanteert de elektrische gitaar als een bouwvakker een betonboor. In de heavy traditie van Free en Cream, al wordt Growers Of Mushroom vooral gezien als het bastaardneefje van Led Zeppelin II. Hoe dan ook, dit magistrale hardrockalbum is zijn reputatie meer dan waard; de aardeverschroeiende riffs – waarin niettemin akoestische gitaren helder opklinken – zijn een solide bodem voor de geile zang en de werkelijk hemelsplijtende gitaarsolo’s. Growers Of Mushroom is het meest onbekende hardrockmeesterwerk in de muziekhistorie. 

Freelance Fiend / Sad Road To The Sea / Drowned My Life In Fear / Work My Body / Stray / With A Minute To Go / Growers Of Mushroom / Stagnant Pool / Sawdust Caesar 

zondag 12 november 2017

Blue Guitars | While Away The Time 1990-1994

De Nederlandse rockmuziek beleeft in de begin jaren negentig hoogtijdagen. Na de Amsterdamse School van de jaren tachtig - Fatal Flowers, Claw Boys Claw, Blue Murder, The Landlords - komen er in het zog daarvan talloze bands op, die vooral het vaderlandse rockklimaat internationaliseren. De Nederlandse gitaarpop is dan met bands als Blue Guitars, Daryll-Ann, The Serenes, Indian Summer en The Prodigal Sons van een ongekend hoog niveau; zij verdienen alle een monument. Dat monument krijgt Blue Guitars nu met de machtige overzichtsplaat While Away The Time 1990-1994, niet voor niets vernoemd naar de debuutsingle die in 1989 op het fameuze Kelt-label verschijnt. 
De vier Deventenaren - Dick Dijkman (zang, gitaar), Bert Dijkman (gitaar), Erik van Loo (contrabas), Ben Heersping (drums) - brengen in 1991 hun eerste album uit, dat volgestouwd is met prachtige melancholieke en herfstige gitaarliedjes die enerzijds veel wonderlijke folkinvloeden etaleren maar anderzijds ook refereren aan R.E.M.’s Fables Of The/Reconstruction Of The (1985). Het is onnederlands goed. Het zelfgetitelde eerste album wordt een jaar later opgevolgd door Shellfish - al even sterk als het debuut - waarna in 1993 met een nieuwe drummer het curieuze Music From Heaven verschijnt - een soort van countryproject. Waterwings is in 1994 helaas Blue Guitars’ zwanenzang. 
Maar nu is daar, 23 jaar later, een fantastische vinylcompilatie waarop de favorieten, althans mijn favorieten, de revue nog eens passeren en om ons vooral op het hart te drukken hoe goed, intens en verfijnd de Blue Guitars in de jaren negentig waren. Luister maar naar parelende popsongs als ‘Summer Rain’, ‘Pearly White Day’ en ‘Quiet Boy’, met kristallijnen gitaarspel, en steeds van een onnadrukkelijke eenvoud. Of luister naar het wervelende gitaarcrescendo in ‘You Say It’s Cruel’. Of beter nog, luister naar Blue Guitars’ stroperig meanderende folky ballads met een hoog zwevend gehalte en een ingehouden, droeve spanning. Waarlijk schitterend zijn ‘Island In The Sky’, ‘Happy Accident’ en ‘A Good Year For The Lost’, en wat mij betreft de fraaiste, de meest weemoedige en doortrokken van een peilloos verlangen: ‘While The Time Away’.
Het gekleurde vinyl, op zich al prachtig, wordt ook nog eens vergezeld van een cd met daarop dezelfde nummers en meer nog: een cover van Bowies ‘What In The World’ van Low; en nog twee onlangs opgenomen songs, onder de naam Blauwe Gitaren en gezongen in de moerstaal. While Away The Time 1990-1994 is een schatkist vol lang verborgen muziek, die eenmaal geopend de luisteraar flonkerend en glinsterend tegemoet treedt. Verschijnt er dit jaar nog een mooiere compilatie? Ik dacht het niet.

‘While The Time Away’ | ‘Quiet Boy’ | ‘Island In The Sky’ | ‘When I'm In Velvet’ | ‘Pearly White Day’ | ‘Madelynn' | ‘A Good Year For The Lost’ | ‘Summer Rain’ | ‘A Fool Is A Star’ | ‘Happy Accident’ | ‘Waterwings' | ‘Fever Dreaming’ | ‘You Say It's Cruel’ | ‘Close Down’

Tevens gepubliceerd op platomania.nl en in een verkorte versie in Mania # 342.

vrijdag 10 november 2017

Missouri | Missouri

Zeker, Missouri is een southern rockband van het tweede garnituur. Maar desondanks generen de vier mannen in hun thuisstaat, Missouri dus, een aanstekelijk enthousiasme. Missouri ontstaat midden jaren zeventig in Kansas City, Missouri uit de resten van een lokaal sixtiesbandje. Ron West (zang, gitaar), Lane Turner (sologitaar), Alan Cohen (bas, zang) en Bill Larson (drums) spelen zich suf in en rondom Kansas City en St. Louis, wat tot een platencontract bij het piepkleine Panama Records leidt. De eerste single, ‘Movin’ On’, wordt via KSHE-radio lokaal een vette hit. Het is de wegbereider voor het zelfgetitelde debuutalbum Missouri.
Op Missouri laat de band zich gelden als een rockband ferm geworteld in de southern rock-traditie; de elektrische gitaar is de dominante factor. Hoewel de zang niet uitblinkt, zijn de harmonieën beslist melodieus en de incidentele toetsen - vooral in ‘Mystic Lady’ - sfeervol. De gitaar bepaalt echter de sound en bezorgt met zijn lekker lyrische solo’s in songs als ‘Movin’ On’, ‘I’m Still Tryin’, en ‘I Know It’s Love’ Missouri een lokale heldenstatus. De hoesafbeelding - de Gateway Arch temidden van het mythische Monument Valley - bevestigt nog eens het trotse karakter van een van Missouri’s beste jarenzeventigbands. Nation wide is er echter geen doorbraak, laat staan internationaal. Missouri blijft, ook na de opvolger Welcome Two Missouri, een lokale Midwestern band; een band uit het hart van de United States.

‘Movin’ On’ | ‘Got That Fever’ | ‘I’m Still Tryin’ | ‘You’re Alright’ | ‘Really Love You’ | ‘Hold Me’ | ‘I Know It’s Love’ | ‘Come On Move’ | ‘Goin Home’ | ‘Mystic Lady’

maandag 30 oktober 2017

Kevin Ayers-John Cale-Eno-Nico | June 1, 1974

De aanleiding voor het eenmalige, gezamenlijke concert in het Londense Rainbow Theatre op 1 juni 1974 van Kevin Ayers, John Cale, Eno en Nico is de release van Kevin Ayers’ The Confessions of Dr Dream and Other Stories in mei van dat jaar. Dr Dream is na drie eerdere soloalbums Kevin Ayers’ debuut voor Island Records; een nieuwe start en met een nieuwe begeleidingsband, The Soporifics. Om dat te vieren wordt het Rainbow-concert georganiseerd, waarbij Ayers zowel oude vrienden als nieuwe labelgenoten uitnodigt. Cale, Eno en Nico staan alledrie onder contract bij Island. Brian Eno, in 1973 uit Roxy Music gestapt, debuteert in januari 1974 met Here Come the Warm Jets, maar speelt ook mee op John Cale’s Island-debuut Fear, dat in oktober ’74 zal verschijnen. Cale op zijn beurt, produceert op dat moment The End… van chanteuse Nico. Zij zat samen met Cale in The Velvet Underground en is ook debutante bij Chris Blackwells Island Records. Het is tezamen een mooi stel dat op 1 juni 1974 optreedt in de Rainbow, temeer daar Ayers oude vrienden als Robert Wyatt (drums), Mike Oldfield (gitaar) en John ‘Rabbit’ Bundrick (toetsen) erbij betrekt en ook zijn nieuwe band The Soporifics lanceert, met daarin Ollie Halsall (gitaar), Archie Leggat (bas) en Eddie Sparrow (drums).
Het optreden in de Rainbow verloopt gefaseerd: performers en artiesten treden aan in verschillende bezettingen, en ook geïsoleerd van elkaar. De vraag is of allen daadwerkelijk bevriend zijn, of dat labelbaas Blackwell ze uit commerciële overwegingen bij elkaar gezet heeft; het gerucht gaat dat Kevin Ayers aan de vooravond van het concert John Cale’s vrouw geneukt heeft.
Brian Eno trapt in ieder geval af met het angstaanjagende, door synthesizers opgejaagde ‘Driving Me Backwards’, gevolgd door het rockende ‘Baby’s On Fire’ - dat best in ’74 een hit had kunnen worden, maar het niet werd. Vervolgens is het de beurt aan de gedrogeerde John Cale, die er zich nogal gemakkelijk vanaf maakt met een cover van Elvis Presleys ‘Heartbreak Hotel’ - al is zijn deprimerende versie ervan, ja echt, onovertroffen. Het wordt echter nog deprimerender als Nico plaatsneemt achter haar harmonium - en Eno haar begeleidt met in mineur getoonzette synthesizerbliepjes - voor haar uitvoering van Jim Morrisons ‘The End’.
Tot zover Cale, Eno en Nico. Kant 2 is volledig ingeruimd voor Kevin Ayers en zijn band. Ayers biedt in vergelijking met de duistere songs van Eno, John Cale en Nico een soort van lichtheid van het bestaan met zijn nogal romantische songs, gedragen door elektrische gitaar, rollend orgel en Ayers koffiebruine, door Gauloises-aangejaagde stemgeluid. ‘May I?’ is al voortreffelijk, wat wordt bekrachtigd door ‘Shouting in A Bucket Blues’, het bluesy ‘Everybody’s Sometime and Some People’s All the Time Blues’ - met een solo van Mike Oldfield - en de onheilszwangere afsluiter ‘Two Goes Into Four’. 
Al op 28 juni 1974 wordt het concert van 1 juni uitgebracht. Razendsnel dus. June 1, 1974 is daarmee een bijzonder document en biedt ook een mooi zicht op de embryonale solocarrières van Brian Eno en John Cale: hun piek ligt in latere jaren. Kevin Ayers bracht dit tezamen, reden waarom June 1, 1974 in juni 1974 een ronduit iconische liveplaat is, al ziet bijna niemand dat. Het is echter wel zo. 

‘Driving Me Backwards’ | ‘Baby’s On Fire’ | ‘Heartbreak Hotel’ | ‘The End’ | ‘May I?’ | ‘Shouting in A Bucket Blues’ | ‘Stranger in Blue Suede Shoes’ | ‘Everybody’s Sometime and Some People’s All the Time Blues’ | ‘Two Goes Into Four’

Gepubliceerd in Platenblad #231



maandag 23 oktober 2017

Lucinda Williams | This Sweet Old World

Sweet Old World was in 1992 het vierde, internationaal onbekende album van Lucinda Williams. De opvolger, Car Wheels On A Gravel Road, betekende zes later een wereldwijde doorbraak en maakte Lucinda Williams tot een van de sterren van de americana. Niet ongebruikelijk is dat een album dat de jublileum-gerechtigde leeftijd van 25 jaar heeft bereikt een rerelease krijgt, meestal in een nieuw jasje. Zoniet Sweet Old World: Lucinda Williams nam het hele album opnieuw op. 
De sound en productie van This Sweet Old World is totaal anders: het blikkerige en echoënde jarentachtiggeluid heeft nu plaatsgemaakt voor een warm, bluesy geluid, zoals we dat ook kennen van Down Where The Spirit Meets Bone (2014). Verassend is ook La Williams’ veranderde stem: eerst dun en onvolwassen, nu: op eikenhout gerijpt en met een heerlijke drawl. De ballads, zoals ‘Something About What Happens When We Talk’, ‘Sidewalks Of The City’ en de rauwe live-klassieker ‘Pineola’ klinken nu dan ook geweldig, mede door de prachtige gitaarsolo’s en de pedaalsteel van Greg Leisz. 
Aardig is ook dat This Sweet Old World completer is dan Sweet Old World: Lucinda Williams nam ook nog eens vier songs opnieuw op die toentertijd op de plank bleven liggen. Kortom, een geweldig oud, nieuw album.

‘Six Blocks Away’ | ‘Prove My Love’ | ‘Something About What Happens When We Talk’ | ‘Memphis Pearl’ | ‘Sidewalks of the City’ | ‘Sweet Old World’ | ‘Little Angel Little brother’ | ‘Pineola’ | ‘Lines Around Your Eyes’ | ‘Drivin Down A Dead End Street’ | ‘Hot Blood’ | ‘Which Will’ | ‘Factory Blues’ | ‘What You Don’t Know’ | ‘Wild and Blue’ | ‘Dark Side of Life’ 

woensdag 18 oktober 2017

Charlie | No Second Chance

Opgericht in Londen in 1971 door niet bepaald kleurrijke muzikanten, is Charlie een passende - kleurloze - naam voor de band. Charlie rommelt wat aan in het clubcircuit en mag in 1973 een single opnemen voor Decca. Het wordt niets. Twee jaar later ziet Queen-producer Roy Thomas Baker wel wat in de band; in 1976 verschijnt het debuutalbum Fantasy Girls op Polydor. De sound van Charlie is licht-symfonisch en wordt gedragen door fraai gitaarwerk en messcherpe, C,S&N-achtige samenzang. In voorprogramma’s van The Who, Bad Company, Focus en Fleetwood Mac mag Charlie zijn kunstje laten zien en dat leidt weer tot een tweede album in 1977: No Second Chance, feitelijk een prachtige, melodieuze plaat. Maar punk blaast - zeker in Londen - al het oude en vertrouwde weg. Bands als Charlie zijn op slag overbodig, en dus heft de band zichzelf op.
Een klein Amerikaans label heeft echter No Second Chance - met nu op de hoes een pin-upgirl - aldaar uitgebracht en de van het album getrokken single ‘Johnny Hold Back’ wordt een radiohit. In feite is No Second Chance - onbewust - een door-en-door Amerikaans FM-radioalbum; gepolijst-melodieus, gave zang, dynamische rockliedjes. Opener ‘No Second Chance’ is direct al zo’n fijn, meezingbaar rockliedje, gevolgd door het schitterende, melancholieke ‘Don’t Look Back’. Na ‘Johnny Hold Back’ is het catchy, lichtvoetige ‘Turning To You’ de volgende Amerikaanse hit, maar de epische songs ‘Thirteen’ en ‘Guitar Hero (False Messiah)’ spannen toch echt de kroon met hun voortreffelijke samenzang en spannende gitaarsolo’s. Al met al is No Second Chance een mooi album van de tweededivisieband die Charlie in het pre-punktijdperk uiteindelijk toch is. 

‘No Second Change’ | ‘Don’t Look Back’ | ‘Pressure Point’ | ‘Turning To You’ | ‘Thirteen’ | ‘Lovers’ | ‘Johnny Hold Back’ | ‘Love Is Alright’ | ‘Guitar Hero (False Messiah)’

zaterdag 14 oktober 2017

CRB | Barefoot In The Head

CRB staat natuurlijk voor Chris Robinson Brotherhood, een broederschap die hij niet meer heeft met zijn broer Rich, maar sinds 2011 alweer met meestergitarist - en fameus singer-songwriter - Neal Casal. Als de Brotherhood bereizen zij het land en spelen ellenlange jam-shows, eer betonend aan klassieke bands als The Grateful Dead en The Allman Brothers Band, maar ook aan de eigen legacy van The Black Crowes. Ook de albums vanaf het debuut Big Moon Ritual ademen in een bijzonder losse sfeer bluesy psychedelica. 
Chris Robinson is een onvervalste hippie, een kosmische hippie, en op het vijfde CRB-album ontpopt hij zich ook nog eens als een eigentijdse Neil Young - dat hij overigens in 2002 eerder beproefde met zijn solodebuut New Earth Mud. Tezamen zijn dat nogal wat vergelijkingen en aanbevelingen, maar Barefoot In The Head is dan ook echt dat schitterende album dat de vergelijkingen kan doorstaan, want sfeervol, lyrisch en tijdloos. Robinson en Casal kiezen op Barefoot In The Head voor een lichtere toets, een meer akoestische benadering, een meer song-gerichte aanpak. Dat resulteert in het beste Brotherhood-album tot zover. Barefoot In The Head start met ‘Behold The Seer’ vertrouwd en funky, maar de hartverwarmende, pastorale songs die volgen genereren een extra dimensie die de band nog niet bezat: ‘She Shares My Blanket’, ‘If You Had A Heart To Break’, ‘Glow’. En werkelijk nog fraaier is ‘Blonde Light Of Morning’. Afwisseling is er met het geinige bluegrassliedje ‘High Is Not The Top’, het funky ‘Blue Star Woman’ en het intieme ‘Dog Eat Sun’, dat verfraaid wordt door meerstemmige zang, een zoemende Taurus Moog en Casals elektrische gitaarscheuten. 
Resumerend is Barefoot In The Head een avontuurlijk en coherent rootsrockalbum met een meer dan gemiddeld aantal sublieme liedjes. Zoals gezegd, Chris Robinson Brotherhoods beste, allerbeste. 

‘Behold The Seer’ | ‘She Shares My Blanket’ | ‘Hark, The Herald Hermit Speaks’ | ‘Blonde Light Of Morning’ | ‘Dog Eat Sun’ | ‘Blue Star Woman’ | ‘High Is Not The Top’ | ‘If You Had A Heart To Break’ | ‘Glow’ | ‘Good To Know’

Gepubliceerd in Heaven #6 2017