zaterdag 17 juni 2017

The Beau Brummels | The Beau Brummels

Bij het verschijnen van The Beau Brummels wordt geschreven dat het een van de allerbeste reünie-albums is. Tamelijk vanuit het niets brengt Warner Bros. in april 1975 namelijk het zesde album uit van The Beau Brummels – in de originele bezetting. Na de laatste, erg fraaie plaat in 1968, Bradley's Barn, lossen de Westcoast-Beatlesklonen na drie jaar nationwide hits op het niets. Zanger Sal Valentino richt het uitzinnige hippiecollectief Stoneground op, gitarist en componist Ron Elliott maakt de soloplaat The Candlestick Maker en duikt op in countryrockband Pan, maar vanaf 1974 zijn ze weer samen op het oude nest met bassist Declan Mulligan en drummer John Petersen. De verrassende opener van The Beau Brummels, 'You Tell Me Why', is een herbewerking van de hit uit 1965, waarna zich een panorama ontrolt van twinkelende akoestische gitaren, superieure zang en parelende countrypopsongs als de geweldige folkrocker 'Wolf', gevoelige ballads als 'Tennessee Walker' en 'Goldrush', en de kristalheldere countryrockers 'Singing Cowboy' en 'Down To The Bottom', de laatste een staaltje sublieme melancholica, vervolmaakt door een gitaarsolo van Ronnie Montrose. Al met al is The Beau Brummels een bijzonder verfrissend en organisch album dat niettemin het onderspit delft ten opzichte van de midden jaren zeventig rock-extravaganza. En opnieuw vallen The Beau Brummels in splinters uiteen.

You Tell Me Why / First In Line / Wolf / Down To The Bottom / Tennessee Walker / Singing Cowboy / Goldrush / The Lonely Side / Gate Of Hearts / Today By Day

zaterdag 10 juni 2017

Jason Isbell and the 400 Unit | The Nashville Sound

Na de twee bijzonder succesvolle solo-albums Southeastern (2013) en Something More Than Free (2015) krijgt zijn begeleidingsband The 400 Unit nu weer de volle credits: The Nashville Sound is een product van Jason Isbell and the 400 Unit. En dat hoor je, Isbells zesde album nadat hij tien jaar geleden Drive-By Truckers verliet, is gevarieerder en steviger dan de voorganger. Wederom opgenomen in Nashville, Tennessee, is The Nashville Sound het zoveelste geslaagde hoofdstuk in de carrière van de zanger en gitarist uit Greenhill, Alabama, dichtbij Muscle Shoals. Want Jason Isbell weet momenteel als geen ander de meer introspectieve sound van Ryan Adams te combineren met die van de grote singer-songwriters uit de seventies. Opener ‘Last of My Kind’ - inderdaad - is direct al zo’n weemoedig toplied dat is opgetrokken uit akoestische gitaar en fraaie accenten op elektrische piano en pedal steel. De variatie zit hem erin dat Isbell getuige ‘Cumberland Gap’ en ‘Anxiety’ ook weer stevig kan rootsrocken. De warme sound van vaste producer Dave Cobb maakt echter vooral van de royaal aanwezige ballads en countrysoul-nummers ware juweeltjes, zodat Jason Isbell met The Nashville Sound een volgende parel aan zijn snoer rijgt. Isbell heeft zich zolangzamerhand ontegenzeggelijk ontwikkeld tot dé singer-songwriter van het huidige tijdsgewricht; nobody tops Jason Isbell.

‘Last of My Kind’ | ‘Cumberland Gap’ | ‘Tupelo’ | ‘White Man’s World’ | ‘If We Were Vampires’ | ‘Anxiety’ | ‘Molotov’ | ‘Chaos and Clothes’ | ‘Hope the High Road’ | ‘Something to Love’ 

Gepubliceerd in Mania 338

woensdag 7 juni 2017

Hudson Brothers | Totally out of Control

Bill, Brett en Mark Hudson uit Portland, Oregon zijn al vanaf hun vroege jeugd naarstig op zoek naar succes. Als ze in 1967 een talentenshow winnen mogen ze hun eerste singletje uitbrengen, de jaren daarna gevolgd door vele even onsuccesvolle pogingen. Maar in 1973 is het lot hun eindelijk gunstig gezind als Elton John de Hudson Brothers contracteert voor zijn Rocket Record Company. En het wordt nog mooier als de broers een eigen televisieshow krijgen bij CBS: The Hudson Bothers Razzle Dazzle Show, een werkelijk tenenkrommend slecht kinderprogramma waarin Bill, Brett en Mark hun bubblegumliedjes zingen. 
De Elton John-connectie levert echter wel een respectabel product op: Totally out of Control. Voor de opnamen hiervan trekken de Hudson-broers naar Europa om met Bernie Taupin dit album op te nemen in zowel Londen als in Studio Hérouville nabij Parijs. Naast de broers op gitaar, bas en drums spelen ook muzikanten uit de band van Elton John mee en ook de geweldige B.J. Cole op pedal steel. 
De Hudson Brothers steken op Totally out of control The Beatles naar de kroon. Nou, niet echt, maar het levert wel een geweldig beatlesk powerpopalbum op. De harmonieën, melodieën en catchy refreinen zijn fris en veelal voortreffelijk, met vaak lekker scherpe gitaren, zoals in ‘Be A Man’, ‘Killer on the Road’ en ‘Out of the Rainbow’. Gevoegd bij ijzingwekkend mooi gezongen liedjes als ‘Truth of the Matter’ en ‘Dolly Day’ en sluwe Beatle-pastiches (‘If You Really Need Me’ en ‘Sunday Driver’) is Totally out of Control een bijkans perfecte popplaat. De gave gimmick-hoes maakt het nog eens áf. Geweldig die Hudson Brothers.

‘Long Long Day’ | ‘Be A Man’ | ‘Truth of the Matter’ | ‘Killer on the Road’ | ‘Dolly Day’ | ‘Lover Come Back to Me’ | ‘Straight Up and Tall’ | ‘If You Really Need Me’ | ‘Sunday Driver’ | ‘Isn’t It Lovely’ | ‘La La Layna’ | ‘Medley: These Things We Do; Home; Out of the Rainbow; Find Me A Woman; Little Brown Box; One and the Same’

zaterdag 3 juni 2017

The Beatles | Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band

Meerdere malen hebben The Beatles het aangezicht van de popmuziek veranderd. Het verschijnen van ‘Love Me Do’ is zo’n moment, evenals de verkennende psychedelische momenten van Revolver. Maar het meest grandioos en majesteitelijk is de muzikale aardverschuiving die Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band in 1967 veroorzaakt. Drie maanden na het verschijnen van Revolver in augustus ’66, komen The Beatles weer bij elkaar in de Abbey Road-studio. Het zal de meest intense studioperiode van The Beatles worden. Nieuwe ervaringen en bewustzijnsveranderde ontmoetingen hebben hun invloed op de bandleden: George Harrison is onder invloed gekomen van Maharashi Mahesh Yogi; John Lennon heeft Yoko Ono ontmoet; terwijl Ringo Starr daarentegen gewoon op zijn boerderij in Sussex verbleef. Paul McCartney komt naar Abbey Road met het idee voor een vermomming, een gedaantewisseling. Sgt. Pepper is dat nieuwe alter-ego waarmee The Beatles los zouden kunnen komen van hun imago. En los komen The Beatles. De Abbey Road-studio is gedurende het bivak van The Beatles constant mistig vanwege de onmatige consumptie van marihuana, terwijl John Lennon via Brian Epstein beschikt over puur vloeibare LSD. Een half jaar lang bivakkeren The Beatles en vaste producer George Martin en vaste technicus Geoff Emerick in Abbey Road – en nemen 700 uur aan muziek op. De techniek laat op dat moment niet meer dan vier sporen toe, en dus wordt alles dubbel opgenomen, worden de sporen gesplitst en weer samengevoegd, hetgeen een totaal nieuwe studiotechniek oplevert. George Martin maakt het technisch mogelijk dat de muzikale fantasieën en geestverruimende ideeën van de in hogere sferen verkerende heren kunnen worden vastgelegd. The Beatles gebruiken daarvoor harp, tubular bells, klavecimbel, celeste, french horns, accordeon, klassieke Indiase instrumenten, een strijkers-octet, een klarinettrio, een vloeitje-en-kammetje-trio en een orkest bestaande uit 41 muzikanten. Drums en zang worden bovendien beurtelings versneld en vertraagd opgenomen, zodat er een onontkoombaar psychedelisch en halucinerend klankbeeld ontstaat. Het zijn absolute klassiekers: ‘Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band’, ‘With A Little help From My Friends’, ‘Lucy In The Sky With Diamonds’, ‘Lovely Rita’ en het fantastische ‘Fixing A Hole’. Ze worden afgewisseld door geniale flauwiteiten als ‘Being For The Benefit Of Mr. Kite!’ en ‘When I’m Sixty-Four, die sterk beïnvloed zijn door Alice In Wonderland en het Victoriaanse tijdperk. De afsluiting van Sgt. Pepper is het ongeëvenaarde ‘A Day In The Life’, dat op 10 februari wordt opgenomen met een enorm orkest en dat gevierd wordt met een feestje in de studio. De studiomogelijkheden blijken ongekend, waardoor Sgt. Pepper niets minder dan een muzikale revolutie veroorzaakt. De wereld is na het verschijnen van Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band op 1 juni 1967 simpelweg niet meer hetzelfde, en is nooit meer hetzelfde geweest.

Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band / With A Little help From My Friends / Lucy In The Sky With Diamonds / Getting Better / Fixing A Hole / She’s Leaving Home / Being For The Benefit Of Mr. Kite! / Within You Without You / When I’m Sixty-Four / Lovely Rita / Good Morning Good Morning / Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band (Reprise) / A Day In The Life

dinsdag 30 mei 2017

Jet Black Joe | You Ain’t Here

Metal-fans Pálli Rosenkrans en Gunnar Bjarni Ragnarsson, 18 en 22 jaar, richten in 1992 Jet Black Joe op. Hun toekomst ligt in de muziek; school, werk en maatschappij: onbelangrijk. Wat telt is vriendschap, drank en mooie liedjes. Zij rekruteren in de muziekscene van Reykjavik bassist Starri Sigurdarson, drummer Jón Örn Arnarson en toetsenist Hrafn Thoroddsen – allen tieners. Tieners of niet, in datzelfde jaar nog bereikt hun titelloze debuut-cd de eerste plaats van de IJslandse albumlijsten. En dat is nog nooit eerder vertoond. Rocksterren op IJsland, dat zijn ze, de vijf knapen van Jet Black Joe. Maar het is nog maar slechts het begin, want ongeduld, jeugdig elan en een constante voorraad alcohol jaagt het vijftal luttele maanden later alweer de studio in. En eruit komen ze met een album dat, gereleased in november ’93, op IJsland wordt verkozen tot album van het jaar. You Ain’t Here krijgt in gewijzigde vorm en met de toevoeging van drie puntjes achter de titel ook een Europese release. Het levert Jet Black Joe tournee’s op In Scandinavië, Duitsland en Nederland en de terechte waardering voor de kolkende rockhutspot die You Ain’t Here is. 
Vijftig verbluffende minuten van Beatles-pop, sprookjesachtige folk, progrock-wendingen en tempowisselingen in de trant van Pink Floyd en King crimson en een ouderwetse hardrocksound die soms niet te onderscheiden is van Uriah Heep ten tijde van Demons And Wizzards – en dat ook nog eens overdekt met een pittige psychedelische saus. Dit alles komt in zeven minuten al voorbij in de opener ‘You Ain’t Here’, waarna het vijftal onder aanvoering van Thoroddsons orgel vrolijk verder gaat in ‘This Side Up’ en het progrock-drieluik ‘Summer Is Gone’. Bijzonder zijn de dubbel en driedubbel opgenomen stem van Pálli Rosenkrans, die bovendien met allerhande studiotrucjes regelmatig vervormd wordt en beurteling voor en achter in de mix geplaatst wordt. Maar gemanipuleerd of niet; steeds schijnt daar de warme soulstem doorheen. Tegenover de intermezzo’s van dwarrelende fluitjes en zuigende accordeon-riffjes staan de hardrock-gitaarsolo’s en zoemende progrock-orgels van ‘Running Out Of Time’ en ‘My Time For You’ – met verschroeiende wah-wah-solo. Jet Black Joe barst van de energie, vliegt alle kanten op, maar keert toch telkens weer keurig terug op de rails van de melodie. Een enkele keer ontaardt de frisse experimenteerdrift in sonische chaos, maar voor het overige heeft Jet Black Joe écht geprobeerd een mooie, melodieuze plaat te maken. En dat is goed gelukt, want You Ain’t Here is gewoon de beste IJslandse plaat ooit gemaakt.

You Ain’t Here / This Side Up / Summer Is Gone / Summer Is Gone (II) / Summer Is Gone (III) / You Can Have It All / Running Out Of Time / Under A Colored Ray / My Time For You / Echoes In The Rain / Trip / I Really Got You / Psychedelic In The 90’s / Fly Away / Lester Phantom

Eerder gepubliceerd in Platenblad (Wow & Flutter #68).

maandag 22 mei 2017

Eggs Over Easy | Good ’N’ Cheap: Eggs Over Easy

Voor liefhebbers van seventies rock is dit een bijzonder interessante release; om niet te zeggen een verplichte aanschaf. Eggs Over Easy is, dat moet gezegd, een tamelijk onbekende, obscure band. Het allerbelangrijkste wapenfeit lijkt echter wel het feit dat deze Amerikaanse band de grondleggers zijn van de Britse pubrock. Opgericht in Amerika door Austin de Lone (toetsen, gitaar, zang), Jack O’Hara (gitaar, bas, zang) en Brien Hopkins (gitaar, piano, bas, zang) in 1969 - en heen en weer reizend tussen New York en San Francisco - krijgt het trio in 1970 de kans een plaat op te nemen met Animals-bassist en Jimi Hendrix-manager Chas Chandler - maar dan wel in Londen. De band vliegt naar de UK, neemt zijn debuutalbum op, maar dan stokt alles. Eggs Over Easy blijft berooid in Londen achter. Dan komt het lumineuze idee op om (gratis) te gaan spelen in jazzcafé The Tally Ho. En dat wordt heel langzaam een succes, maar wel zo’n succes dat een stroming geboren wordt als ook bands als Brinsley Schwartz, Dr. Feelgood, Help Yourself en Bees Making Honey de Londense pubs bespelen: pubrock - de voorloper van punk - is geboren. Terug in Amerika kan Eggs Over Easy gelukkig hun eerste plaat Good ’N’ Cheap (1972) - geproduceerd door Link Wray - op het thuispubliek loslaten. Het is een fraai album, maar krijgt geen aandacht. Datzelfde lot is Fear Of Frying (1980) beschoren. Exit Eggs Over Easy. 
In 2016 is er dan eindelijk - voor zoiets is het nooit te laat - Good ’N’ Cheap: Eggs Over Easy, dat alles bevat wat de mannen hebben opgenomen. Het is een uitstekende gelegenheid om opnieuw kennis te maken met de  voortreffelijke rootsrock - gebaseerd op The Band - van Eggs Over Easy. Maar wat dit Eggs Over Easy-totaaloverzicht zo bijzonder maakt is de toevoeging van de Londense sessies met Chas Chandler: London ’71 is een overrompelend americana-album dat inderdaad de brille van Eggs Over Easy ten volle etaleert. Een geweldig overzicht deze dubbel-cd, maar likkebaardend kijk ik wel met een schuin oog naar de schitterend uitgevoerde vinyl-versie: een box met drie lp’s.

‘Party Party’ | ‘Arkansas’ | ‘Henry Morgan’ | ‘The Factory’ | ‘Face Down in the Meadow’ | ‘Home to You’ | ‘Song Is Born of Riff and Tongue’ | ‘Don’t Let Nobody’ | ‘Runnin’ Down to Memphis’ | ‘Pistol on A Shelf’ | ‘Night Flight’ | ‘I’m Gonna Put A Bar in the Back of My Car (& Drive Myself to Drink’ | ‘Horny Old Lady’ | ‘Fire’ | ‘Scene of the Crime’ | ‘Forget About It’ | ‘Louise’ | ‘Lizard Love’ | ‘You Lied’ | ‘Driftin’’ | ‘She Loves Me’ | ‘Action’ | ‘Mover’s Lament’ | ‘Nonnie Nookie No’ | ‘Goin’ to Canada’ | ‘I Can Call You’ | ‘Right On Roger’ | ‘Country Waltz’ | ‘Give Me What’s Mine’ | ‘Across from Me’ | ‘Waiting for My Ship’ | ‘January’ | ‘Give and Take’ | ‘Funky But Clean’ | ‘I’m Still the Same’ | ‘111 Avenue C’ 

Eerder gepubliceerd in popmagazine Heaven.

donderdag 18 mei 2017

Soundgarden | Superunknown

De opkomst van de grunge – de hardrock van de jaren negentig – is onverbrekelijk verbonden met de stad Seattle en het platenlabel Sub Pop. De eerste bands die eind jaren tachtig hun lawaaiige metalpunk op het label uitbrengen zijn Green River, Mudhoney en Soundgarden. De laatste zal, al loopt hun ontwikkeling niet parallel, met Nirvana uitgroeien tot dé exponenten van Sub Pop-Seattle. Soundgarden breekt dan ook niet door met een explosie, maar geleidelijk. Op de debuut-ep Screaming Life klinkt Soundgarden – Chris Cornell (zang), Kim Thayil (gitaar), Matt Cameron (drums) en Hiro Yamamoto (bas) – als een jeugdige, schreeuwerige variant van Led Zeppelin-bravado en Black Sabbath-riffs. 
Het eerste album, Ultramega OK, verschijnt in 1988 op het SST-label, waarna de band als eerste grungeband bij een major tekent. Na Louder Than Love in 1989 verschijnt in 1991 Badmotorfinger bij het A&M-label, Yamamoto is dan vervangen door Nirvana-roadie Ben Shepherd. De grote katalysator in de ontwikkeling van Soundgarden – of althans in die van componist en songschrijver Cornell – is de release van het Temple Of The Dog-album, een eerbetoon aan Cornells vriend, de overleden zanger van Mother Love Bone, Andrew Wood. Chris Cornells compositorische bijdragen zijn slepend en bluesy; diens zang is fenomenaal. 
Voor het volgende album van Soundgarden zal Cornell gebruikmaken van deze nieuwe verworvenheden. Met producer Michael Beinhorn (Herbie Hancock, Red Hot Chilli Peppers) neemt de band zijn nieuwe album op in de Bad Animals-studio in Seatlle, eigendom van de Heart-zusjes Ann en Nancy Wilson. Superunknown, uitgebracht op 8 maart 1994, is een definitieve afrekening met het grungetijdperk, want Soundgarden combineert de melodieuze kant van Zeppelin en Sabbath met de heavy kant van The Beatles. Transparant, slepend en soms bijna pastoraal zijn de midtempo-songs die op Superunknown de dienst uitmaken: 'Fell On Black Days', 'Limo Wreck', 'The Day I Tried To Live', '4th Of July'  en 'Like Suicide'. Ze zijn alle opgetrokken uit Thayils dromerige gitaarmuren en Cornells verbluffende zang. In overtreffende zin blijkt dat ook wel uit het fantastische 'Black Hole Sun', een wereldwijde hit – mede door fascinerende, vervreemdende videoclip – die ook in Nederland in de top 40 staat. Superunknown is in feite geconcipieerd als een mijlpaal in de rockhistorie; alle ingrediënten – sterke composities, fenomenale zang, gitaren en rockpower – zijn inderdaad aanwezig om daarvan te kunnen spreken. Superunknown is dan ook een puur meesterwerk. 
Dat vinden de platenkopers ook: al aan het eind van '94 is Superunknown wereldwijd meer dan vier miljoen maal over de toonbank gegaan. Soundgarden wordt er aldus verantwoordelijk voor gehouden de grunge definitief ten grave te dragen. Dat mag zo zijn, maar als een feniks uit de as herrijst er een nieuwe rockhiërarchie van helderheid, logheid, ruimtelijke gitaren en Chris Cornells geweldige zang – die overigens in 2006 verantwoordelijk is voor de themasong van de James Bond-film Casino Royale.  

Let Me Drown / My Wave / Fell On Black Days / Mailman / Superunknown / Head Down / Black Hole Sun / Spoonman / Limo Wreck / The Day I Tried To Live / Kickstand / Fresh Tendrils / 4th Of July / Half / Like Suicide / She Likes Surprises 

Op 17 mei 2017 benam Chris Cornell zich het leven.